dinsdag 29 november 2016

Artikelen over de Renkumse Steenovens

Niet door HGR op papier gepubliceerd is een artikel over de baksteenindustrie in Renkum
 - Baksteenfabtricage in de Gemeente Renum, een inleiding met grotendeels het Kleikamp gedeelte uit GB Janssen, Uitgave Heemkunde in de Gemeente Renkum, 2000)

In de "Echo's van zes dorpen" van het HGR zijn verschillende artikelen verschenen over de Renkumse steenovens. 
Klik onderstaande titels aan en u ziet de PDF's, die u ook kunt downloaden:
- Herinneringen aan Steenfabriek de Kleikamp, door Henny en Richard Gunsing, Echo's 2015.1
- Wandelen langs de resten van de steenoven van de Jufferswaard Nr. 1, Echo's 2013.1
- Wandelen langs de resten van de steenoven van de Jufferswaard Nr. 2, Echo's 2013.2
- Wandelen langs de resten van de steenoven van de Jufferswaard Nr. 3, Echo's 2013.3
- De Baksteenindustrie, een kort artikel uit de Echo's 2011.1 p.24
- De HGR tentoonstelling over de baksteenindustrie in Renkum. "De Gloed van de oven voor eeuwig gevangen", Artikel in Hoog en Laag 29-09-1999


Hieronder al vast het verhaal dat u ook vindt in de pdf van bovenstaande link "Wandelen langs de resten van de steenoven van de Jufferswaard Nr. 1, Echo's 2013.1" ... met grotere foto's.

WANDELEN LANGS DE RESTEN VAN DE STEENOVEN VAN DE JUFFERSWAARD Nr. 1
We staan op de Melkdam, even ten zuiden van het hek en zien aan de Oostelijke kant een met gras begroeide bult, die zich van daar af verder in Oostelijke richting uitstrekt. Dat is de kop van de kleibult die ons herinnert aan het begin van het proces van de steenbakkerij. Dat proces eindigde bij de oven, waarvan nu nog de schoorsteen fier overeind staat.  In feite eindigden de bakstenen in de schepen die daar aanlegden. De laatste bakstenen van deze fabriek zijn gebruikt in 1942 voor de bouw van het vliegveld Deelen. Toen is deze steenoven stilgelegd. Deze wandeling beschrijft het steenbakkerijproces van het begin tot het eind en deze gids is gelardeerd met herinneringen van Renkumers van toen en nu.


door: Jan van den Bovenkamp, Lambert van Gils[1], Silvester de Leeuw, Evert Overeem en Gerard van der Schouw Jnz. Later aangevuld met herinneringen van Toon de Bruijn

(Eerder verschenen in de “Echo’s van zes dorpen”, maart 2013)

De Melkdam 

Afbeelding 1 Het terrein van de steenoven in de Jufferswaard op Luchtfoto van de RAF, 
12 september 1944
Vroeger stond bij de ingang van de Melkdam een bord met de aanduiding “Vlamoven”. Dat stond tegenover de RK kerk. Nu staan we op de Melkdam met vier man bij het huidige toegangshek tot de Jufferswaard en we zien aan beide kanten van de dam een rij oude knotwilgen langs de huidige sloot. De vraag is of die knotwilgen er vóór de oorlog ook al stonden. We zijn het eens: deze knotwilgen zijn gewoon rond 1973 geplant en die sloot is verlegd.

Dat kun je ook zien als je de satellietopname van Google Earth uit 2006 vergelijkt met de luchtfoto die de Royal Air Force heeft gemaakt op 12 september 1944, dus 5 dagen vóór de luchtlandingen van 1944. 


Afbeelding 2 Looproute over het terrein van de steenoven (ruïne) in de Jufferswaard op Google Earth d.d. 13-03-2006

We zien trouwens op die RAF luchtfoto, ter hoogte van de kleibult en een beetje ten Westen van de Melkdam, een gebouwtje staan. Dat was “de ijstent”van de IJsvereniging “Vooruit”. Vlak daarbij staat nu het hek.
Als we nu het hek op de Melkdam door zijn zien we, meteen aan onze linkerhand, de kop van de kleibult van de steenoven (“van Ariëns”) die in de Jufferswaard kapot geschoten is eind 1944. Die kleibult ligt nog steeds over zijn volle lengte tegen een tamelijk hoge dijk aan, waarlangs de ruïnes van veel kleine gebouwtjes liggen, de bijgebouwtjes van de steenoven van de Jufferswaard. Daar zijn we voor hier.

De kleibult
Lag die kleibult altijd daar waar hij nu nog ligt? Daar is geen twijfel aan bij Gerard van der Schouw Jnz. (geb. 1928), noch bij de andere twee Renkumers die zelf wel na de oorlog geboren zijn, maar deze plek heel goed kennen uit de jaren ’50-‘60, Evert Overeem en Silvester de Leeuw. Korte tijd later is dat bevestigd tijdens mijn gesprek over deze ruïnes met Toon de Bruijn (op de steenoven geboren in 1930) en met Jan van den Bovenkamp (geb. 1946) . Deze laatste heeft zelf tot zijn pensionering op de steenoven van De Ridder gewerkt, aan de overkant van de Rijn. Hij leidt daar nu bezoekers rond over het steenoven- en smalspoormuseum.


Afbeelding 3  Kleitrein op weg naar de kleibult, Renkum ca 1927, Foto G.B. Janssen, 2008, p321
In de winter werd met de smalspoortrein van de “Vlamoven De Jufferswaard” de klei uit de uiterwaarden gehaald, in die tijd waarschijnlijk uitsluitend nog uit de waard ten Oosten van de A50, dus bijna bij kasteel Doorwerth. Er liep een smalspoor over de zomerdijk, over de Heelsumse beek tot voorbij de huidige Rijnbrug van de A50. Later hoor ik van dhr. Van Donkervoort, tijdens een gesprek bij dhr. Eef Ariëns, kleinzoon van de oude steenbaas van de Jufferswaard, dat daar niet alleen voor de vlamoven van de Jufferswaard geticheld werd, maar ook voor de ovens aan de zuidoever van de Rijn. Aan de Oostkant van de Heelsumse beek “lag schipper Nout en die reed de kleilorries van het treintje op z’n kleipont en bracht de klei met lorries en al naar de overkant. Die klei kwam niet uit het weiland van Ariëns, maar uit het weiland van Van Wijck”, zegt Van Donkervoort (geb. 1926) die dat zelf nog gezien heeft.


Afbeelding 4 Kleispoor op de zomerdijk kruist Heelsumse Beek, helemaal rechtsboven de vlamoven van de Jufferswaard. Briefkaart Jos van Deelen, opname ca 1930




Toon de Bruijn vertelt later: Op de kleibult, “daar stond die baggermachine van Kees Martens (Derk zeiden wij altijd) op te werken”.

Hoe ging dat transport van de kleibult naar de persen toe?
Aan het begin van de 20e eeuw ging dat met kruiwagens natuurlijk, maar volgens Gerard had deze vlamoven rond 1940 een soort dragline. Tijdens het bakseizoen stond die dragline bovenop een rails op de kleibult en schraapte de klei van de noordkant van de bult en laadde de lorries. Die werden met een O&K stoomlocomotief naar de persen gereden en daar stortten ze de klei in een installatie bij de pers. Die bekijken we straks.

Sluisje Nr. 1
Afbeelding 5 Sluisje bij de kleibult, gebouwd om de droogvelden zo lang mogelijk watervrij te houden bij hoog water

We slaan voorbij de kleibult linksaf (naar het Oosten) en zien dan vrijwel meteen een stenen sluisje onder in de dijk, vóór de kop van de kleibult. Dat sluisje zorgt nu nog steeds voor een vlotte waterafstroming naar de sloot. Er ligt ook nog zo’n sluisje verderop bij de resten van het locomotiefhuisje. We zien ook een verticale gleuf in de bakstenen constructie waardoor de sluis met een plaat kon worden afgesloten tegen hoog water wanneer dat de droog-velden bedreigde, via de Chloorbeek die daar toen nog dicht bij kwam en de sloot aan de noordelijke kant van de kleibult,. Die plaat ging er natuurlijk weer uit als het water daardoor sneller weg kon lopen als het toch te hoog gekomen was. Soms staat het water tegen de Rijksweg aan!
Over dit '1e sluisje' vertelt Toon de Bruijn: “Toen op een zaterdagmorgen, daar bij de Wilhelminlinde, daar was een zoon van Emmen, die bij mij op school gezeten had, door een granaat dodelijk getroffen. Wij waren halfweg op de Melkdam en toen zagen we het gebeuren. Wij zijn nog in de duiker gaan zitten, m'n vader en ik. En toen waren er allemaal mensen bij die jongen. Die was toen getroffen dat weet ik nog goed.” Dit is dus een ooggetuigenis van het gruwelijke incident waarbij vader en zoon Emmen dodelijk getroffen zijn bij het huis van Harten. Toon noemde wat wij als 'sluisje' hebben aangeduid dus een 'duiker'. Een 'duiker' is een 'sluisje' dat vanzelf dicht gaat als het water aan  de buitenkant (de rivierkant) hoger komt dan aan de binnenkant (bij de droogvelden). En open als het omgekeerde het geval is. 
Dr. G.B Janssen wijdt in zijn boek over de “Baksteenfabricage in de Gemeente Renkum”[2] negen bladzijden aan deze steenoven van de Jufferswaard. Het is heel bijzonder dat er ook een inventarislijst in staat van de steenfabriek ter gelegenheid van de publieke verkoop op 14  oktober 1927. Gustaaf van der Loo kocht toen deze steenfabriek van H.Wolff&Co. Hij verving toen de veldoven door de vlamoven (waarvan nu de schoorsteen nog overeind staat). In die inventaris prijkt ook een locomobiel van 45 PK en een (O&K) locomotief van 90 PK uit 1924. 

Motorhuisje nr. 1
Nog geen 20 meter voorbij het sluisje, lopend langs de kleibult/dijk in Oostelijke richting, komen we bij een nog behoorlijk overeind staand gebouwtje. Er staan stenen voetstukken in. Dat moet het motorhuisje voor de 1e stenenpers geweest zijn. Daar stond een electromotor die de vormbakpers en de bijbehorende machines aandreef.
Afbeelding 6 1e motorhuisje van de electrische aandrijfmotor
Persinstallatie, groep Nr 1
Op enkele meters voorbij het bovengenoemde motorhuisje zien we eerst een U-vormig fundering van iets. Dat moet een transmissieblok zijn geweest. Daar moeten waarschijnlijk 3 tandwielen met aandrijfstangen tegen elkaar hebben gedraaid: 1 uit het motorhuisje, 1 naar de menger en 1 naar de pers.
Enkele meters vanaf dat transmissieblok zijn nog drie afdelingen te herkennen: 

Afbeelding 7  Aandrijfblok en linker steunmuur van de kleimenger
Links, half in de dijk gebouwd, zie je muren om een paar forse voetstukken heen en rechts daarvan nog wat muurtjes rond een “kelder”. Daar moet, evenwijdig aan de dijk een klei-menger hebben gelegen op ca 1 meter hoogte. Dat is een lange ijzeren bak van ca. 1 meter breedte en 0,75 cm. hoogte met in het midden over zowat de hele lengte een soort vijzel, met messen er aan. In de menger wordt de klei zodanig met zichzelf en water gemengd (“gewrongen”), dat een lekker malse (“plastische”) pasta ontstaat, waar geen klonten meer in zitten.
Afbeelding 8 “Kelder” onder rechterzijde van de kleimenger
Rechts langs diezelfde muur hing de menger blijkbaar boven een soort “kelder”. Bovenin die “kelder” zie je restanten van ijzeren U-balken. Boven die “kelder” hing die menger. Van hieruit werd de smeuïge kleimassa op een lopende band gedrukt en de vormbakpers ingerold.
Je ziet aan de laagste korte zijde van die “kelder” een schuin naar binnen lopende bovenrand. Dat bewijst dat het een toegang was, waarschijnlijk voor het onderste gedeelte en begin van de lopende band, en voor werkers via een trappetje, om gemakkelijk onder de menger en lopende band installatie erbij te kunnen, bijvoorbeeld om daar opgehoopte of afgevallen klei weer op te ruimen, de assen te smeren enz.. Althans dat dachten wij.
Toon de Bruijn vertelt: Die 'putten' (=”kelders”) bij de 1e en 3e persinstallaties, rechts van de mengers, “Ik denk dat daar hele grote kranen in gezeten hebben van de waterleiding. Want daar waren zulke buizen (Toon's grote handen raken elkaar niet) die bij mekaar kwamen , waar dat water doorheen liep en daar middenin daar zat een grote ronde kraan. Dat weet ik nog goed en die draaiden ze 's avonds dicht. D'r zaten daar meer buizen die bij elkaar kwamen.” Gerard vult aan: “Dat waren gietijzeren buizen toen! Dit was dus een hoofdkraan van het spruit- of verdeelstuk.” Toon: ”Ik was 10 jaar en ik kwam daar wel eens, ja en als dat ding draaide dan mocht je er niet zijn en dan werd je weg gejaagd. Ik kwam daar wel eens als de boel stil stond. De klei ging met een transportband van de menger naar de vormbakpers. En, nee, ik heb er nooit een watertoren gezien voor de aanvoer van schoon water. Waarschijnlijk was het al aangesloten op de waterleiding.” Een scherm of dak was er niet boven de meng- en persinstallaties (Zie foto 11).  Toon: ”Ik weet wel dat er 'n man van de Beukenlaan... en wij kwamen uit school en de politie stond daar bij die pers en die man die had met z' n benen in die menger gezeten. En later zat hij in een rolstoel en die benen, die waren er af. Hij had in die menger gezeten en het vlees en de botten kwamen allemaal in de vormer (vormbakpers). Dat was een vreselijk ongeluk. Het moet vlak voor de oorlog gebeurd zijn.”
Afbeelding 9 Fundering van de pers, recht tegenover de "kelder"
Hier in de Jufferswaard, verder van de dijk vandaan,  ten Zuiden van de “kelder”, zie je een kruisvormige fundering liggen. Daar stond de pers bovenop. 
Afbeelding 10  Aberson vormbakpers. Deze is nu nog aanwezig bij Steenoven De Ridder te Randwijk. De vlamoven in de Jufferswaard had 3 zulke persen, in 1927.
Uit bovengenoemde inventarislijst blijkt dat er in 1927 drie Aberson vormbak-persen waren bij deze steen-oven. Zulke vormbakpersen werden overal gebruikt en zijn lange tijd de standaardpersen geweest op de Nederlandse steenovens. Op de foto zien we links bovenin, horizontaal, de roestige menger, boven tegen de pers van de steenoven van De Ridder te Randwijk, na 1945. In de Jufferswaard was de afstand tussen menger en pers groter en werd overbrugd met een lopende band.
In de vormbakpers werd de kleimassa nog een keer “gewrongen” en dan onderin in de vormbakken geperst. Vandaar de naam: “vormbakpers”. Let op deze foto op de fundering van de machine. Je ziet hier in de Jufferswaard een soortgelijke fundering liggen.
Op afbeelding10 zie je aan de voorkant van de machine de uitvoeropening van de vormbakpers. Onder de vierkante (met een grote X versterkte) voorplaat worden de vol geperste en afgestreken vormbakken uit de pers geduwd. Silvester geeft uitleg bij wat je ziet op de meest linkse lorrie op afbeelding 11 bij de mannen met pet: ”…op een gegeven moment werden die vormbakken machinaal eruit gestouwd en dan kwamen de mannen met zo’n kar er naar toe en dan trokken ze al die gevulde vormbakken d’r op en dan reden ze ermee de droogvelden op en daar werden de stenen uit de vormbakken op het veld neergeslagen”.

Op afbeelding 10 zie je links van de vormbakpers, voor het grote tandwiel, een lange buis naar voren steken. Dat was de “vrijloop”, waarmee de pers ontkoppeld kon worden. Dat was vaak nodig, want er deden zich natuurlijk vaak kleinere of grotere onregelmatigheden voor, door het “gedrag” van de klei of door het werk van het aanvoeren van de lege en het afvoeren van de volle vormbakken. 
Afbeelding 11 Transport naar en vanaf de pers bij een andere en oudere steenoven elders, Foto G.B.Janssen en H.J.Timmers, 1984.

Op foto 11 zie je (achter de mannen met pet) dat er een soortgelijke pers achter de spoorlorries staat, met een menger er bovenop zoals bij De Ridder in Randwijk en de klei-aanvoerlorries zoals in de Jufferswaard, nl. boven de hoog liggende menger. Je ziet ook de water"toren" en de eenvoudige rieten daken boven de installaties. Rechts en links op deze foto zie je een paard.
Vanaf de pers een paar passen verder naar het Oosten, zie je een soort stenen “kuip” met een buisje er uit aan de Westelijke kant. Aan restanten van ijzeren liggers, hier en daar op de muurtjes, zie je dat er o.a. een draaiende as moet hebben gelegen aan de Oostelijke kant van deze stenen kuip. Dit zie je bij de persinstallatie, groep 3 nog wat beter. Het gaat hier om een spoel- en bezandingsinstallatie.


Afbeelding 12 Spoel en bezandingsinstallatie bij De Ridder in Randwijk. De Jufferswaard had ze net zo, maar korter.
Op de foto hiernaast zie je een deel van de nog aanwezige spoel- en bezandingsinstallatie die nu staat te roesten, net als de vormbakpers, bij de steenoven van De Ridder in Randwijk. Je ziet daar bij wijze van demonstratie op de “spoelstraat” nog wat vormbakken liggen. Ze liggen ondersteboven. Aan het andere eind, bij de pers (op de foto rechts bovenin), stond de bezandingsbak. Zoiets zien we ook in de Jufferswaard nog een beetje. Het wassen en spoelen van de vormbakken ging in de Jufferswaard handmatig. Combineer wat je op afbeelding 11 ziet, bij de meest rechtse lorrie, met het restant op afbeelding 12. Vanaf die lorrie werden de gewassen vormbakken op een liftinstallatie gelegd en één voor één naar voren geschoven, bezand en in de pers geschoven op het ritme van de pers.
Afbeelding 13 Stenen “kuip”: spoel- en bezandingsblok Nr. 1.
Gerard herinnert zich nog heel goed waar dat zand vandaan kwam: ”Over dat zand… ene Gerritsen was er, die woonde in de van Ingenweg en dat was de zgn. zanddroger… die stond daar vlak bij de Rijn en daar kwam dat rivierzand aan met schepen en daar stond zo’n hele grote zeef en daar stond ie maar te scheppen, vooral als het in de zomer heel warm weer was …en dat zand dat werd allemaal opgeslagen om het naderhand voor de “bezanding” in die vormen te gebruiken… anders zou de klei erin blijven plakken.” Bij de “bezanding” werden de vormbakken met zand bestrooid door de natte vormbak door een bak droog zand te “rollen” en even goed te schudden, zodat het zand zich ook goed verdeelde in de hoeken van de 6 steenvormen (vakjes) in de vormbak. Daarna werden ze één voor één aan de zijkant in de pers geschoven.
Het drogen van de ongebakken stenen
De stenenafvoer ging met karretjes tussen de pers en de droogvelden en die werden getrokken door hitten. Dat waren van die pony’s, die noemden ze hitjes. 
Deze karretjes waren lorries op de rails. Zo ging dat overal, maar ook in de Jufferswaard, behalve bij Persinstallatie nr. 1, die bij de Melkdam. Daar lag geen rails dus trokken de hitten karren met banden. Ariëns, de steenbaas, had niet voor niks een boerderij bij de oven. Gerard:”Ja dat waren de hitten en de hittenjongens zogenaamd werkten daarmee”. Silvester: “Als we dan ’s avonds klaar waren dan werden die paarden afgekoppeld en dan kon je er gewoon op gaan zitten en dan brachten we ze naar de wei.” 
Afbeelding 14 Overzicht van een steenoven (elders). Zie ook hier de transportband naar steenpers!
Nadat de stenen op het veld voorgedroogd waren werden zie in haaghutten of droogrekken gestapeld om verder te drogen in de wind, dus onder afdakjes, ofwel op elkaar gestapeld en afgedekt met riet (lage haaghutten) ofwel onder dakpannen. Deze laatste waren de hogere en bredere droogrekken.
Silvester:"In die droogrekken, daar zaten zeg maar ‘schapjes’. In de jaren 60 kwamen de steenvormen uit de pers en dan werd ze omgedraaid (neergeslagen) op plankjes en die kwamen rechtstreeks in de droogrekken terecht…die rekkenplankjes lagen van elkaar los. Net zoals waar de broden liggen af te koelen in de bakkerij dus, ja.“ Silvester is te jong. Hij heeft nooit stenen op de grond zien liggen. “Alleen straatstenen heb ik op de grond zien liggen,” zegt hij.
Afbeelding 15 Het opzetten van drogende stenen. Let op de blote voeten!
In de Jufferswaard droogden de stenen eerst op de grond en daarna in haaghutten of droogrekken. In die droogrekken moesten de stenen ook nog worden gekanteld: “opsnijden”. Silvester: “Als je dan aan het “opsnijen” was dan hing je zo half in die droogrekken en je was met beide handen stenen aan het kantelen. Ze lagen plat en dan moest je ze op de kant leggen voor het drogen. Dat noemen ze opsnijen. Zelfs de kinderen deden dat. ’s Avonds lag ik in bed met de handen kapot, maar de volgende dag gingen we weer door.”
Na het drogen in de rekken waren de zgn. “groene stenen” klaar voor de oven. Die werden weer verder getransporteerd en opgeslagen in de opslagrekken die ten Oosten van de oven stonden (zie afbeelding 1).
Afbeelding 16 De droogvelden van de Steenoven aan het eind van WOII
Evert: “Ik weet nog toen ik hier in de jaren ‘50 speelde toen waren er nog al die rekken….ja allemaal.
De meeste rekken waren nog in tact. Die waren gewoon niet beschadigd. Enkele stukken waren weg… 90% stond hier gewoon nog.“ Afb. 16 is ongeveer gemaakt op de plek waar nu het hek staat op de Melkdam. Rechts van de voorste lange paal zie je het sluisje Nr. 1. Op de achtergrond in het midden ongeveer zie je de schuur die vroeger de veldoven was, met rechts daarvan “het huisje van De Bruin”. Rechts daarvan de 2 lindebomen. Dit zien we later.
Persinstallatie, groep Nr. 2
Afbeelding 17 Grootste gebouw van persinstallatie Nr. 2, foto H.ten Böhmer, foto ca 1975
We komen bij de tweede groep ruïnes van een perscomplex. Hier is duidelijk een ander soort gebouw geweest. Boven aan de dijk staat die voorgevel met een dichtgemetseld raam en graffiti aan de andere kant (zichtbaar vanaf de rijksweg) en het ziet er hier niet naar uit dat er machines in hebben gestaan en kijk, hier is een trap naar voren, richting steenoven.
Gerard:”Volgens mij was dit de smederij. De smederij, ja …ik weet het niet” Silvester: “Op Meinerswijk hadden we ook van die persen en alles en dan had je een eindje verder ook een smederij en een timmer-werkplaats erbij”. Gerard gaat verder: “Cor van der Aa had daar het wapen van Renkum erin geschilderd. Voor ons, de Kajotters heette dat toen, de Katholieke Jongeren Organisatie, en omdat wij geen gebouw hadden, mochten wij van Ariëns dit gebouw hebben en toen heeft Cor van der Aa er het wapen van Renkum er in geschilderd, want het was een soort clubgebouw van ons…” Gerard twijfelt wel wat die smederijfunctie van het gebouw betreft, maar het kajottersverhaal lijdt geen twijfel. Dat moet nog tijdens de oorlog geweest zijn. Dat kan ook want de oven al stond stil vanaf 1942, omdat er geen kolen meer waren en geen vraag naar stenen: er was alleen vernieling, geen wederopbouw nog. 
Afbeelding 18 Hetzelfde opvallende gebouwtje, zichtbaar vanaf de Rijksweg, foto 2012
Wat dat stuk muur staande rechts van dit gebouwtje (links, gezien vanaf de Rijksweg) voor iets is, met die schuine afwaterende stenen aan de bovenrand (Afb.18), weet Gerard ook niet. Of het gebouw echt wel een smederij geweest is weten we niet. Jan van den Bovenkamp kan zich dat niet voorstellen. Het zou niet eens toegankelijk zijn geweest met al die trappen.
Later geeft Toon de Bruijn als aanvulling over deze 2e persinstallatie: “En dat huisje met die trappen, ik weet wel dat dit de smederij was met die trapjes. Daar stond een stenenpers en die deed 't nooit en dan had je nog 'n pers aan de kant van het locomotiefhuis en daar waren ook railsen en je had ook nog 'n pers met karren met banden. Die was de bij de kop van de kleibult.” 
Afbeelding 19 Motorhuisje Nr. 2 (in de praktijk steeds buiten bedrijf)
En wat lag er op die lange rij gemetselde blokken die je  nu ziet liggen tussen de tweede en de derde persinstallatie? Toon:”Ik denk dat daar een waterleiding op lag voor de menger en de spoelinstallatie daar. Het afvalwater vanaf de persen liep door een sloot. En daar bij die 3e persinstallatie daar stond ook een schuurtje en daar stonden motoren te draaien met grote vliegwielen.” Dat 'schuurtje' hebben wij dus 'motorhuisje' genoemd in de Echo's van maart en juni.  Het 1e en 3e schuurtje waren indentiek. Toon kan zich alleen aandrijfbanden herinneren en geen aandrijfassen voor de transmissie van de motoren naar de diverse persinstallaties. “Maar er waren er ook bij waar kettingen over liepen, want als die riemen (banden) nat werden dan gingen ze slippen.”
Enkele stappen naar het Oosten en we zien weer zo’n kruisvormig fundament. Daar heeft ongetwijfeld een vormbakpers op gestaan. In de inventarislijst van 1927 staan 3 Aberson persen.
En dan een tiental meters verder naar het Oosten zien we een gebouwtje met een rare smalle opening aan de rivierkant, die geen raam en geen deur geweest kan zijn. Het lijkt van recenter datum dan het “smederij-” gebouw en van dezelfde datum als het motorhuisje nr. 1. Er staan 2 zulke zware voetstukken (‘beren’) in waarop een motor was gemonteerd: het is ook een motorhuisje geweest voor een electromotor. Maar waarom er 2 ‘beren’ in staan? We weten het nog niet. De vorm van de ‘rare’ opening aan de voorkant, wijst op een aandrijfriem i.p.v. een as.
Afb. 20 een lange rij met steunblokken van Persinstallatie 2 naar 3.
Tussen motorhuisje nr. 2 en de persinstallatie groep 3 zien we een lange rij gemetselde blokken en volgens Toon de Bruijn lag hier een waterleiding op en hij kan het weten!
Het ziet er allemaal bij Persinstallatie 2 anders uit dan bij de Persinstallatie Nr. 1. We weten het nog niet helemaal precies. We hebben bij deze middelste groep installaties ongetwijfeld te maken met het oudste punt waar later een pers heeft gestaan, maar waar daarvóór handmatig werd gewekt. Deze plek is ongetwijfeld de meest historische werkplek van de oven, de tijd van het ‘walken’, de ‘aardmaker’, de ‘modderkruiers’, de (handmatige) ‘steenvormer’, de ‘plaam’, de ‘opsteker’ en de vele kinder- en vrouwenarbeid. Dit bevestigt Toon de Bruijn, maar hij heeft dat niet zelf meegemaakt en weet het niet helemaal zeker. Zeker weet hij dat die pers die daar wel stond het nooit deed zolang hij weet.

Persinstallatie, groep Nr. 3
Afbeelding 21 Restant van liftinstallatie bij "spoel en bezandingsbak" Nr. 3
We lopen naar het derde complex, ongeveer 50 meter verder naar het Oosten. Sta even stil bij de spoorwissels die daar goed zichtbaar zijn en stel vast dat de restanten van Persinstallatie, groep Nr. 3 hetzelfde zijn als die van groep nr. 1. Hier zie je nog wat beter die ijzeren constructie (Afb.21), bij die gemetselde en aangesmeerde “spoel- en bezandingsbak” waar, ook hier een ijzeren pijp uit komt aan de westelijke kant.
Silvester: “Naar die ijzeren installatie heb ik ook al wel eens bij staan kijken. Het is een soort stapelaar of zo… een soort laadmachien. Er zitten scharnierpunten op.” Gerard:”En transportbanden en zo”. Bij De Ridder (zie Afb.13) zien we soortgelijke hef- en duw armen, die de lege vormbakken opnamen en voortduwden in de spoel- en bezandingsstraat. 
Sluisje Nr. 2
We komen bij het tweede sluisje onder de dijk (en het begin van de kleibult) vlak bij, Westelijk van, het locomotiefhuisje. Dat was hier ook om die velden zo gauw mogelijk weer droog te krijgen. En om vroegtijdig vollopen zo lang mogelijk tegen te houden. Net zoals bij Sluisje Nr. 1
Het locomotiefhuisje

Afbeelding 22 Het locomotiefhuisje boven op de dijk
Ongeveer 80 meter verder zien we de ruïne van het locomotiefhuisje, bovenop de dijk. Onderweg zien we een nog enkele rails en wissels: allemaal voor het transport tussen de persen en de droogvelden.
Hier reed de locomotief dus naar binnen. Er is daar een serviceput. Er hebben ramen in gezeten. En wat ook opvalt is het aparte vak/kamertje, met een nette deur naar buiten. Gerard:”Ja die locomotief ging hier naar binnen. En ja, die serviceput was om de karterolie te verversen enzo. Volgens mij is dat daar een apart afdelinkje voor de opslag van de kolen geweest. 
Kees Martens die schreef ook stukken in de krant. Dat is een journalist van Hoog en Laag enzo. Nu nog steeds. Zijn vader of zijn grootvader, die was hier machinist. Dat weet ik pertinent zeker. Adri Martens die was net zo oud als ik en heeft bij mij in de klas gezeten. Of die al overleden is weet ik niet. En die is ook tekenaar geworden toendertijd. Dat weet ik ook nog wel.  Die Kees Martens kan vast nog wel wat verduidelijken hierover.“
De O&K locomotief van de Jufferswaard was een stoomlocomotief die ook op kolen gestookt werd. Dat zien we aan de sintels die nog steeds op het voetpad liggen waar je de dijk op loopt bij het locomotiefhuisje.
We steken de droogvelden over op weg naar de oven
Afbeelding 23 De verhoogde opslagvelden voor "groene steen”
We komen uit aan de oostkant van de oven, op het ca 1 m. verhoogde terrein, met muren gestut aan de noordkant. Hier stonden de opslaghutten voor de “groene steen”, de steen die droog genoeg was om te worden gebakken. Het waren zes zulke opslaghutten, zien we op de luchtfoto van de RAF.
Tussen deze opslaghutten en de rivier waren de tasvelden. Dat ligt hier ook wat hoger. Daar was de opslag van de gebakken stenen. Die moesten aan de Rijn uitkomen. Gerard:”Van hieruit werden met de kruiwagen de stenen over een loopplank in de schepen geladen.”
Onder de struiken links van het wandelpad (van West naar Oost lopend) ligt nog een hoop gebroken dakpannen. Enkele tientallen passen verder naar het Oosten, dichter bij de rivier, rechts van het wandelpad een hoop gebroken stenen, breuk, stenen met sintels enz. Links hiervan ligt ook nog een stuk spoorlijn. Daar steekt verder in het weiland ook nog een T-ijzer in de lucht. Gerard: “Over de zomerdijk liep die rails naar de Noordberg toe en verder. Verderop naar het Oosten is de splitsing met de aanvoerdijk voor de kleibult. Dus op die splitsing moet een wissel geweest zijn. Maar in de jaren ‘50 is daar alles weg gesaneerd door Dikke Frans”. 
De vlamoven
Afbeelding 24 Restant van rails bovenop de vlamoven
Bij de oven zelf schenken we vooral aandacht aan de omgeving, maar Silvester vertelt: ”Er hebben ook rails bovenop de oven gelegen omdat ze toen nog met kolen stookten. Daar had je ook van die lorries en dan gooiden ze die potjes los en een schep kolen erin. Deze oven werd gewoon op kolen gestookt”.
Silvester:” Zeker weten. Anders heb je ook geen rails  nodig bovenop. Er liggen nu nog een hele boel stukken rails. Je kon het destijds ook zien aan die sintels op de stenen. Ik heb later meegemaakt dat ze op Doorwerth overgingen op olie en nog later op gas.”We vragen ons nauwelijks af hoe of waar de kolen gelost werden. Dat gebeurde met kruiwagens en later misschien met een kraan aan de rivier bij de oven. Silvester:”Dat was op Meinerswijk ook zo. Zo werden de stenen ook gelijk in die boten geladen.” 

Afbeelding 25 De schoorsteen van de Jufferswaard en de 2 linden. Hij staat al een tikje uit het lood... en nu liggen alle ijzeren banden al op de oven...hoe lang nog?

Nu staat er een afrastering om de vlamoven heen, maar de schoorsteen die staat daar fier omhoog. Je kunt wel zien dat ie gerepareerd is na de oorlog. Gerard:”Ja je ziet daar een ronde lichte plek. Daar is een granaat doorheen gegaan en dat hebben ze gerepareerd na de oorlog. En die kop is er ook opnieuw opgezet. Je kunt het allemaal nog zien. Al die vlekken dat zijn allemaal granaatscherven geweest. Die zijn daar allemaal tegenaan gegaan. Ze zouden hier in ‘46 weer opstarten, maar er was een geldkwestie.” Silvester:”Ja, je had van die schoorsteenbouwers. Op Meinerswijk hebben ze ook bovenin een stuk d’r bij op gezet. Die mannen die dat deden die bleven schaften daar boven. En die ene is daar in slaap gevallen en die is toen in z’n slaap naar beneden gedonderd, gewoon dwars door ’t dak van de oven.”
De veldoven
Afbeelding 26 Restanten van de veldoven
We komen bij de ruimte ten Westen van de vlamoven. Veel jongeren, o.a. hele klassen van het Wagenings lyceum hebben hier in de jaren ’90 gefeest bij een groot kampvuur, met toestemming van de politie. Hier zien we die muren die helemaal of half ingestort zijn, maar dat zijn wel hele dikke muren. En waarom zou die spoorrails zo omhoog steken op de Z-O hoek van die ruïne, zo ’n beetje in het verlengde van die dikke muur…? Toon de Bruijn vertelt dat hier ook altijd groene steen was opgeslagen. Dus die rails zal wel voor het transport van de groene steen gediend hebben, net als aan de oostkant van de vlamoven.
Overal zie je weer die dikke muur, die instort. Die stenen liggen er ook allemaal dwars in. Silvester: ”Daaraan kun je zien dat is een slap soort steen, die verpulveren, dat is zeker niet dat hardgrauw of boerengrauw. Zou dit de ouwe veldoven zijn geweest?” Ja, natuurlijk!
Ja en ten Westen daarvan staan oude lindebomen. Die zijn van vóór de oorlog. Gerard:”Ja die zijn zeker van vóór de oorlog. Die twee bomen die stonden vóór de boerderij…”. Dus tussen de boerderij en het huisje van de Bruin dat tegen de veldoven aan stond. De boerderij is afgebrand in die september-dagen en helemaal weg gesaneerd. Maar hij stond ten Westen van de 2 oude lindebomen, die blijkbaar niet verbrand zijn. En ten Noordwesten daarvan, op het eind van de Melkdam, daar stond de hooimijt. Allemaal zoals je vrij duidelijk op de luchtfoto van de RAF kunt zien (zie Afb.1). 
Gerard:”Ja precies, nou weet ik het weer. De Melkdam hield hier op, precies bij de hooimijt … Je kon ook tussen de hooiberg en de achterkant van het huis (de boerderij) tussendoor lopen en aan de voorkant was het huis en daar stonden die bomen en je kon zo vóór dat huis daarheen (naar de Rijn) langs het huisje van de Bruin. Dat weet ik zeker”. Met de NW hoek van de schuur raakte de boerderij dus de Melkdam en die dam was precies zoals nu. Gerard:”Ja ik weet zeker dat bij die lindebomen de voorkant was van de boerderij en dat was het gedeelte van de woning en de rest van die boerderij. Daar stonden wat koeien en de rest was voor die hitten zal ik maar zeggen.”
Gerard:”Ja en daar stond dus het huisje van de Bruin. En daarzo (vlak aan de Rijn), daar stond de zandoven, wat ik daarstraks ook vertelde van die Gerritsen. Daar stond zo’n schuin staande zeef/scherm. En die man die was daar steeds aan ‘t scheppen … en mijn familie die lagen dan hier met hun schip en met een loopplank ging dat naar beneden toe. Dat weet ik zeker.”
We stonden dus bovenop de plek waar op 18 september 1944 ’s-middags de boerderij is afgebrand. Op het internetvinden we een nauwkeurig verslag van deze brand. De Engelsen van het 11e  peloton moesten de terugtocht aanvaarden.[3]
“De oude veldoven in de Jufferswaard werd “De Elfmonder” genoemd”, aldus Toon de Bruijn, de zoon van Bart de Bruijn de “knecht” van de steenovenbaas Ariëns. Ten Westen daarvan staan 2 oude lindebomen. Die zijn van vóór de oorlog, ja. Gerard:”Die twee bomen die stonden vóór de boerderij…”. Dus tussen de boerderij en het huisje van de Bruijn dat tegen de veldoven aan stond. Tussen het boerderijgebouw en de rivier was de moestuin.”
Toon:”Wij hadden ook 2 perenbomen en die ene perenboom had 4 soorten peren: maagperen, suikerperen, stoofperen en nog een. De ene boom stond in de tuin van Ariëns en de andere aan de kant van ons huis.” 
Bart de Bruijn woonde daar tot oktober 1944 met zijn gezin met 4 kinderen. Na de oorlog zijn er nog twee geboren. De boerderij zelf (met het huis van Ariëns) is afgebrand op 18 september 1944 en de restanten zijn in de jaren '50 helemaal weg gesaneerd. Het huis van de Bruijn, daar heeft Antoon Ariëns na de oorlog nog een tijdje in gewoond totdat hij steenbaas werd op een oven bij Wijk bij Duurstede. Ariëns is aan het begin van de oorlogsperiode getrouwd, maar is kinderloos gebleven. Bij de sanering is ook het huis van de Bruijn afgebroken, maar niet helemaal. 

Afbeelding 27 Fundering van het "huisje van de Bruin", tussen de lindebomen en de veldoven.
De onderste steenlagen van de buitenmuren liggen er nog en tonen nog steeds de contouren van dat huis. Ten Noordwesten van het boerderijhuis van Ariëns stond de hooimijt, op het eind van de Melkdam dus. Allemaal zoals je vrij duidelijk op de luchtfoto van de RAF kunt zien (zie Afb.1).
Het huisje van de Bruijn staat op die foto ook duidelijk tussen de boerderij en de veldoven. Gerard: ”Ja, en die veldoven daar zat een kap op”. Toon: “De Elfmonder zat altijd vol met 'groene steen' (gedroogde, maar nog ongebakken steen). En omdat de oven immers stil lag, “na de oorlog hebben ze die groene steen allemaal weg gehaald en toen kwam de auto van Frans van der Loo (de eigenaar van de oven) er onder uit. Een mooie luxe wagen. Die kon zo weer rijden. Mijn vader wist dat wel, maar wij als kinderen wisten er niks van” 
Tussen de hooimijt en de rivier zie je op de luchtfoto van de RAF nog een gebouwtje: dat was het kippenhok, en een varkenshok. Toon:”Als we een varken slachtten, dan gingen we naar de Hevea. Daar stond het slachthuis. En dan kwam 't geslachte varken bij ons thuis te staan met 'n laken er over. En de pastoor, Wolters, die zag dat en het was vast tarief: dan kwam de pastoor, want die moest altijd wat voor de hutspot hebben. Mijn vader ging daar overigens ook altijd het vuilnisvat lichten om dat te legen aan de Rijn. Waar  nu nog die gebroken stenen liggen, daar had je een gat en daar ging vuilnis in van het zustershuis en de pastoor... En in den oorlog had mijn vader wel 100 konijnen in dat varkenshok zitten en vooral tegen de feestdagen, kreeg de schoolmeester 'n konijn en die en die kregen allemaal 'n konijn, alle vrienden. Er was een flinke fornuispot en daar gingen flinke piepers in en die kookte hij voor de konijnen om ze vet te mesten. En wij mochten het konijnenvel verkopen en dan gingen we naar van Welie toe. Zo'n vel moest je vol met stro duwen en daar kreeg je best 'n paar centen voor.” 
Toon:”De stal stond achter het huis van Ariëns aangebouwd en dan kwam je binnen en daar konden 2 koeien staan en aan de andere kant stonden alle paarden. 's Winters moest mijn vader daar zo'n 20 van die paarden voeren. Er waren maar 2 koeien voor wat melk: Ariëns z'n melk en wij melk en wat er over was dat ging naar de schippers toe”. 
Gerard: “Na de oorlog was de steenoven en de bijbehorende boerderij dus zwaar vernield. De eigenaar van der Loo wilde de oven herstellen. De schoorsteenpijp is hersteld, maar de kosten werden te hoog en het verdere herstel is afgeblazen. De eerste maanden in 1945 werd er bij Ariëns nog melk gehaald, maar na het afblazen van het herstel vertrok Ariëns naar elders en z’n stalknecht Bart de Bruijn vertrok naar de Lunenburgerwaard in Wijk bij Duurstede en de woning werd gesloopt”. 
---------------------------------
[1] Indien de bron van een foto niet is vermeld, is het een eigen foto uit 2012 of 2013
[2] Dr.G.B. Janssen: “Baksteenfabricage in de Gemeente Renkum”, Stichting Heemkunde in de Gemeente Renkum, 2000, p.31
[3] Zie: http://www.saak.nl/battlefield tour/2009 oosterbeek/renkum/renkum nl.htm

Geen opmerkingen:

Een reactie posten